Vijvervissen

Koi…..

een majestueuze vijvervis

De Nishikigoi oftewel Koi stamt af van de wilde karper(Cyprinus carpio). Zo’n duizend jaar geleden namen handelaren de karpers, die een goede bron van voedsel waren, mee naar andere landen waaronder Japan. Daar werd er mee verder gekweekt door rijstboeren als aanvulling op hun dagelijkse voedsel. Op een gegeven moment viel het op dat er af en toe nakomelingen tussen zaten die prachtig gekleurd waren. Deze werden niet opgegeten maar als huisdier gehouden en mee verder gekweekt. In Japan zijn ze hier erg succesvol in gebleken en inmiddels wordt de Koi gezien als de nationale vis en staat bekend om de uitzonderlijke kwaliteiten.

 

Winde…..

een actieve gezelschapsvis

Windes(Leuciscus idus) zijn ideale vissen voor de vijver. Windes stellen weinig eisen, zijn sterk en ook heel sociaal, zowel naar elkaar als naar andere vissoorten. Het zijn echte oppervlaktezwemmers. Hierdoor zijn ze goed te bewonderen en woelen ze de bodem van de vijver niet tot nauwelijks om. In zomer zijn ze druk op jacht naar insecten in en boven het water. Ze schuwen er niet voor om uit het water te springen om een insect boven het wateroppervlak te pakken. De oorspronkelijke vorm van deze windes komen uit Europa. Tegenwoordig zijn ze in verschillende kleuren te verkrijgen. In de vijver kan een winde onder optimale omstandigheden wel 50 centimeter lang worden.

 

Goudvis…..

wie kent hem niet

De goudvis is waarschijnlijk wel de meest gehouden vijvervis van Nederland. Dat is niet voor niks, het is een sterke vis die in veel verschillende kweekvarianten te verkrijgen is. Denk bijvoorbeeld aan de Sarasa, Shubunkin of de sluierstaartvariëteiten. In de vijver kan een goudvis onder goede omstandigheden wel 35 centimeter lang worden. De goudvis(Carassius auratus) is ontstaan uit de uit Azië afkomstige Giebel(Carassius gibelio). Het zijn omnivoren en zeker uitgegroeide vissen kunnen door gewoel in de bodem voor vertroebeling in de vijver zorgen. Bij goudvissen in de vijver moet er goed op gelet worden dat er niet te veel in de vijver komen te zitten omdat ze zich makkelijk en snel voortplanten.

 

Zonnebaars…..

de ongediertebestrijder

Deze uit Noord-Amerika afkomstige baars is een echte carnivoor. Zonnebaarzen(Lepomis gibbosus) eten in de vijver onder andere bloedzuigers, muggenlarven, kleine visjes en visseneieren. Er zijn verschillende ondersoorten in de handel die verschillende lengtes bereiken. De grootste wordt maximaal 25 centimeter lang. Plaatst nooit meer dan één zonnebaars in een vijver omdat deze vissen heel gemakkelijk kweken en zeer veel jongen grootbrengen. De ouderdieren beschermen hun jongen namelijk zeer goed.

 

Steur…..

een stukje prehistorie in de vijver

Door het aparte uiterlijk en het tamme karakter van de meeste steuren zijn dit zeer geliefde vissen voor de grotere vijvers. Sommige soorten kunnen in de vrije natuur een lengte van 6 meter en een leeftijd tot wel 100 jaar bereiken. De bek bevindt zich aan de onderkant van de kop en ze zwemmen voornamelijke over de bodem. Hierdoor is het nodig om steuren speciaal steurvoer te geven(dit is in onze winkel verkrijgbaar). Ze komen van nature voor in stromend(zuurstofrijk) water en daarom moet er genoeg ruimte en watercirculatie in de vijver aanwezig zijn. Als laatste is het belangrijk om te weten dat een steur niet achteruit kan zwemmen. In een beplante of met draadalgen overwoekerde vijver kan een steur vast komen te zitten en verdrinken.